Malmedy! De naam klinkt al bijna net zo magisch als Houffalize voor de gemiddelde mountainbiker. Ik kijk er dus elk jaar reikhalzend naar uit om hier te komen biken.
115km over de mooiste paden uit de omgeving, soms technisch, soms gewoon rechtdoor knallen, een paar wandelpassages, en vooral: 2700 hoogtemeters maken dit de mooiste marathon van België.
Ik kon starten in box A, net achter de toppers en kan ondanks het nog heel slechte gevoel tijdens de opwarming makkelijk de startklim op het buitenblad verteren zodat ik mooi vooraan het veld in kan duiken. Nu ja, duiken: het blijft gewoon knoerhard omhoog gaan. Je hoort daar niets anders meer dan het zwaar gehijg van terugschakelende bikers. Zalig!
Op voorhand had ik mezelf voorgenomen om nu eens niet te diep te gaan in het begin en een tempo te zoeken dat me in staat zou moeten stellen op het einde nog te versnellen. Ik laat dan ook een mooi groepje met oa Kris Janssens langzaam wegrijden en hou alleen rekening met mijn eigen hartslag. Krijg ik het signaal dat ik te rap ga vertraag ik. Zo kom ik na enkele beklimmingen in een groepje met enkele nederlanders en elk doet mooi zijn beurt van het kopwerk. Niet te zot, gewoon beredeneerd biken. Er wordt zelfs gewacht wanneer een van hen even stopt aan een bevoorrading om bij te vullen. Dit loont natuurlijk wanneer we op het snellere stuk in de hoge venen komen. Maarn et daar worden we voorbij geknald door Chico en Thijs Al. Blijkbaar alletwee pech gehad. Ons groepje valt hier volledig uiteen omdat enkele proberen volgen.
Ik besluit dat niet te doen en blijf met 1 nederlander achter. Nog steeds ‘kalm aan’. Ik rij op die moment blijkbaar rond op een 20ste positie en begin al te dromen van een heel mooie uitslag.
Na zowat 70km begin ik me toch wat minder te voelen en iets verder word ik zelfs misselijk. aiaiai, en ‘t is nog ver. Ik vertraag nog wat, probeer rustig te drinken en ondanks alles zelfs nog wat te eten. Ik ga nu heel traag want kan zelfs achterblijvers van de kortere afstanden even niet volgen. Even, want ik kom er terug door en verhoog mijn tempo. Het blijft goed gaan maar ik word nu toch ingehaald door mannen waarvan ik me voor de wedstrijd had voorgenomen om bij te blijven. Ik heb ze echter nooit gezien in het begin. Verdikke, zou ik nu toch nog te snel vertrokken zijn? Ik doe dan maar gewoon verder met wat ik al de hele rit aan het doen ben: eigen tempo, niemand tegen wil en dank proberen volgen. Ik blijf mijn positie nu toch behouden, het moet zowat 25ste zijn wat ik nog altijd heel mooi vind. De kilometers en mooie afdalingen blijven langzaam vorderen en uiteindelijk kom ik toch in de buurt van de finish. Klim 2, die ik zaterdag nog verkent had, gaat nog vlot. Klim 1,oef we zijn er bijna. Ik zie iets verderop Mathias rijden en…. hij rijdt van me weg. Oei wat is dit? Mathias, pratend met een Nomadesker (Peter Geldhof bleek later), die wegrijdt van mij. Ik kan hem toch terug inhalen in de afdaling erna en hij begint me te duwen, zo hard moet ik aan het zwalpen geweest zijn. Ik kan echt helemaal niets meer. Gelukkig heeft hij nog een half gelleke op zak en echt waar 2 minuten later voel ik me terug ok.(straf spul die WCUP) Net op tijd om de laatste leuke afdaling op volle snelheid te pakken en nog een eindje te knallen over de laatste honderden meters asfalt.
Ik kom als 33ste (12de master 1) over de finish. Eigenlijk moet ik daar heel blij mee zijn. Maar toch overheerst het gevoel dat er weeral meer in had gezeten. Maar doseren is nu eenmaal een essentieel onderdeel van marathon rijden. En blijkbaar ook het onderdeel waar ik nog héél veel werk aan heb.